Berchem. Ben bijna thuis. Ik sta op als de rem in mijn oren klinkt en glijd in de mouwen van mijn jas. Knoop voor knoop sluit ik af. In drie draaibewegingen doe ik - niet te los en niet te strak - mijn sjaal aan. Klaar.
De trein staat stil en de deuren gaan open. Stapvoets vervolg ik mijn weg, twee treden op, de meute achterna. Gedrom aan de deuren. Ik moet me haasten, want ik ben nog niet buiten.
En ik zucht, in de hoop dat het lossen van de lucht me minder onrustig zal maken.
Dan duw ik me door de sluitende deuren en beland netjes op het perron. Mijn schouders zakken neer. De trein vertrekt en ik zucht nog een keer. Net wanneer ik mijn adem laat vliegen, wordt die me meer dan voorzien ontnomen. Plots zit die sjaal wel erg strak.
Mijn ziel reist verder met de trein mee. Nooit gedacht dat ik zo snel thuis zou zijn.
Eindelijk verlost van de tijd, ligt de wereld aan zijn voeten.
Als de trein in Roosendaal stilstaat, vraagt hij zich af waar naar toe.
De conducteur ziet hem toch niet zitten. Hij kan net zo goed naar zee.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten